In de moestuin kan je niet zonder teeltplan. Je moet rekening houden met  teeltwisseling en dan is een plan handig, want volgend jaar weet je niet meer wat waar heeft gestaan. Om ziektes te voorkomen kan je groente niet steeds op dezelfde plaats te telen. Een teeltrotatie van 6 jaar is het beste. En als je denkt dat het niet belangrijk is kom je jezelf wel tegen, de laatste 2 jaar sla geteelt in dezelfde bak, en prompt gingen alle kroppen dood tegen de tijd dat we ze konden eten. Teeltrotatie van aardappels ( nachtschade gewassen waar ook tomaten en aubergines onder vallen), koolgewassen( kolen maar ook rucola valt daar onder) , peulvruchten ( bonen erwten )  en knolgewassen ( ui, bietjes, wortels, witlof), bladgewassen ( prei, slasoorten) en vruchtgewassen ( pompoen, courgette, mais, komkommer  enz) Er is ook plaats nodig voor overige gewassen (bv rabarber en asperges). Deze groenten staan langere tijd op dezelfde plaats.  Hetzelfde geldt voor fruit. Aardbeien staan gemiddeld 3 jaar op dezelfde plaats.
Een teeltplan is ook handig als je de tuin gaat bemesten. Of in mijn geval, compost gaat verdelen. Want niet iedere plant heeft dezelfde behoefte. Bv witlof houdt niet van verse mest. Als je de wortels later gaat inkuilen of oppotten, worden de kropjes slijmerig. Dan is dus al je werk voor niets geweest. Maar bv pompoen en mais, die lusten wel wat, en zullen geen goede vruchten geven als ze niet voldoende mest krijgen.  Dusss… best belangrijk, zo’n teeltplan. Soms pas ik in de loop van het moestuinseizoen mijn plannen aan, doordat een gewas langer of korter blijft staan.  Als bv de aardappels ziek worden haal je ze eerder uit de grond, en die ruimte vul je dan weer op met een ander gewas, waarbij je moet bedenken of iets nog volgroeit zal zijn voor het einde van het teeltseizoen.
Teeltplan 2018
Teeltplan 2017.