Moestuin update oktober

 

In de volkstuin loopt een oudere bezoeker heen en weer met enorme pompoenen. Ik zie de tuinbuurman met zijn kapmes de één na de ander voor hem van de plant halen. Hij roept in het voorbijgaan dat hij ze gaat slachten om soep van te maken voor alle medebewoners van zijn appartementencomplex. Ik krijg visioenen van lange tafels met oudjes die allemaal aan de soep zitten bij een brandende open haard terwijl de regen tegen de ramen slaat… Pompoenentijd… Het najaar… Het komt er aan.

Als je naar buiten kijkt zou je niet zeggen dat het najaar is. Sterker nog, het lijkt wel zomer. Maar schijn bedriegt. In de nacht koelt het behoorlijk af. In de tuin wil ik alles tegelijk doen, ik voel het naderende najaarsweer als een hete adem in mijn nek. Ze deelt af en toe al natte dagen uit. Voordat het weer om slaat moet de tuin winterklaar zijn en er is nog een hoop te doen.

Oogsten.

De laatste buitentomaten zijn geoogst en de planten verwijderd. Deze gaan niet op de composthoop ivm mogelijke phytophthora. De groene tomaten kan je in de vensterbank leggen met een rijpe tomaat of een appel erbij. Deze scheiden stoffen af waardoor ze sneller rijpen. Groene tomaten kan je niet eten, maar na het rijpen zijn ze nog altijd lekker. Sommigen rijpen niet goed of het velletje wordt rimpelig, maar het is het proberen waard.

De pompoenen zijn geoogst. We hebben niet veel pompoenen dit jaar.  Bij het maken van de planning was er eigenlijk te weinig plaats voor pompoenen, aangezien 1 plant al snel een vierkante meter nodig heeft. Volgend jaar toch meer plaats voor ze reserveren. Ik teel ze vooral voor de sier. Het hoort echt bij de herfst, van die oranje ballen in de tuin.

Tip> Snijdt ze pas los van de plant als er barsten in het steeltje komen. Het droogt als het ware een beetje in, en dan zijn ze rijp. Laat de snijwond  daarna nog een dagje drogen op een droge plek, of bij mooi weer in de zon. Ze zijn dan langer te bewaren. Eetbare pompoenen bij voorkeur koel en droog opslaan. 

Verder aten we de eerste wortels uit de tuin. Ja, ze zijn toch nog gelukt. Geen grote oogst maar toch genoeg om wekelijks van te eten. Sommige wortels wegen een pond, dus één per maaltijd is voldoende 😉

 

Een tuinbuurman maakt zijn eigen wijn, hij vertelde dat hij 68 kg had geoogst dit jaar. Hij gaf me 4 soorten witte druiven om het verschil te proeven. En dat was duidelijk; een zuurtje, zoetje en muskaatsmaak. 3 Van de 4 rassen heb ik onthouden> Bianca, Phoenix en Johanniter. De 4e moet ik je schuldig blijven.

Verder oogstte ik de stoofperen Gieser Wildeman. De meeste peren waren aangetast,  er zat vaak schimmel rond de pitten. Daarom zijn de slechtste peren nog dezelfde dag ingemaakt. De peren waar niets mis mee lijkt te zijn bewaar ik in een kistje om direct te consumeren, hopelijk blijven ze goed bewaarbaar.

Snoeien.

Pruimenbomen hebben niet veel snoei nodig. Ze kunnen niet goed tegen zware snoei. Je kan ze snoeien na de oogst ( augustus/ september) als de boom nog blad heeft of tussen half april en half september. Dan hebben de takken nog genoeg energie om de wonden te dichten en is er minder kans op schimmel. Ik kort de takken met een 3e in. Kruisende takken snoei je weg met een hakje. Je laat dan een stompje van 2 centimeter staan. Dit voorkomt ziektes. De andere fruitbomen (appels/ peren) snoei ik meestal in een vorstvrije droge periode in januari.

Zaaien.

Je kan nog steeds zaaien. Ik zaaide nog veldsla, rucola en sla babyleaves. Dit laatste is een probeersel. Als ze in maart gezaaid kunen worden moet het in oktober ook lukken, mits het niet snel te koud wordt. Maar soms moet je een kansje wagen. Een deel zaai ik in de koude bakken en een deel in de grond. Met name veldsla kan goed tegen kou. Vorig jaar heeft mijn veldsla alle vorstperiodes overleefd dus dat bewijst wel hoe sterk ze is.  Onder de sneeuw leeft ze gewoon door. Veldsla zaai je het beste bij een temperatuur van 10 tot 15 graden.

 

Kippen.

Zoals beloofd, een update over de kippen. Ze begrijpen steeds beter waar ze moeten slapen. Dopey en Sientje weten dat ze naar boven moeten en gaan als het donker wordt uit zichzelf de trap op. Om vervolgens in het deurgat op de trap te gaan zitten zodat Camel er niet in kan…. dat is nog een aandachtspuntje.

Vorige week heeft A3 een kleinere, lagere stok voor ze gemaakt. Iedere avond zet ik het hele stel op de stok. Ze begrepen in het begin niet hoe ze daar op moeten zitten, maar na een paar keer de tenen om de stok te hebben geduwd begrepen ze vrij snel dat ze deze om de stok moeten klemmen om te blijven zitten.

Leentje en Saté zijn soms stoorzender en bezetten als een stel kleine kinderen ieder een stok. Met zo’n houding van “jij mag niet naast mij zitten, dit is mijn stok”. En dat terwijl ze al een jaar samen op dezelfde stok slapen en de andere stok dus altijd leeg was… Eén keer heb ik geprobeerd er een nieuw kipje naast te zetten maar die werd er snel afgeduwd door Saté.  Dus nog steeds ben ik iedere avond de boel aan het reorganiseren.  Wie slaapt waar en met wie.

Camel is een verhaal apart. Ze lijkt minder alert van haar omgeving. Volgens mij ziet ze ook veel minder door haar donsveren. Als het donker wordt loopt ze als een blinde langs de rand van het hok, alsof dat haar richtlijn is. Als ze het nachthok in gaat voelt ze eerst met haar snavel hoe diep de stap is die ze moet maken. De andere kipjes had ik vrij snel geleerd om groente te eten, maar zij begrijpt er niets van. Traplopen doet ze niet uit zichzelf en alleen als ik haar aan de voet van de trap zet. Kortom, ze heeft veel begeleiding nodig. Of dat nog goed komt, geen idee. Misschien is ze gewoon niet zo snugger 😉